Begrippenlijst

A-D

E-H

I-L

M-P

Q-T

U-X

Y-Z

Aanvullend tijdelijk nabestaandenpensioen ^
Voor deelnemers aan pensioenregeling C die op 31 december 2005 al deelnemer waren in de oude pensioenregeling is een aanvullend stukje tijdelijk nabestaandenpensioen verzekerd. Dit aanvullende pensioen bestaat uit 50% van de ANW-uitkering voor een alleenstaande deelnemer zonder kinderen. Dit stukje pensioen dient ter compensatie van een (eventuele) daling van de nabestaandenpensioenen bij de overgang van de oude naar de nieuwe pensioenregeling. De premie voor deze verzekering is geheel voor rekening van ANWB BV. Zie ook Algemene nabestaandenwet.

Actuariële korting ^
Als je jouw pensioen eerder laat ingaan dan de officiële ingangsdatum, wordt het pensioen actuarieel gekort. Het pensioen wordt dan verlaagd, waarbij rekening wordt gehouden met de rente en sterftekansen. 

Afkoop ^
Bij afkoop wordt je pensioen in één keer uitgekeerd in plaats van een maandelijkse uitkering vanaf je pensioendatum. Dit is wettelijk alleen mogelijk indien:

  • het pensioen waarop je na beëindiging recht hebt, klein is.
    Voor 2017 geldt hiervoor een bedrag van € 467,89. Je pensioenuitvoerder kan dit pensioen twee jaar na de beëindiging afkopen;
  • het partnerpensioen bij ingang klein is;
  • het bijzonder partnerpensioen waarop je na echtscheiding recht hebt, klein is;
  • het pensioen fiscaal bovenmatig is.

Algemene nabestaandenwet (Anw) ^

De Anw voorziet in een uitkering aan je partner als je komt te overlijden. Deze uitkering loopt totdat je partner de AOW-leeftijd bereikt. In sommige gevallen is er ook een uitkering voor je ex-partner. Het recht op een Anw-uitkering is afhankelijk van inkomen, leeftijd, gezinssamenstelling en mate van arbeids(on)geschiktheid van de nabestaande. De kans dat je partner recht heeft op een Anw-uitkering is niet zo groot. Indien je partner kinderen onder de 18 verzorgt, heeft hij of zij recht op een halfwezenuitkering. Ook voorziet de Anw tot een bepaalde leeftijd in een uitkering voor je kinderen als die ouderloos zijn geworden. Via het pensioenfonds kan een Anw-hiaatverzekering worden afgesloten.

Alleenstaande ^
Als je alleenstaand bent, heb je een ander AOW-pensioen dan iemand die samenwoont. Als je in je pensioenregeling nabestaandenpensioen opbouwt, kun je dit op de pensioendatum uitruilen voor een hoger ouderdomspensioen. 

Anw-hiaatverzekering ^

Als je partner niet voor een Anw-uitkering in aanmerking komt, kan het verstandig zijn een Anw-hiaatverzekering af te sluiten. Op je pensioenopgave staat vermeld of zo'n verzekering is afgesloten en voor welk bedrag je partner verzekerd is. Zie ook Algemene nabestaandenwet.

AOW ^
In de Algemene Ouderdomswet (AOW) is het recht op een basispensioen vanaf een bepaalde leeftijd vastgelegd voor alle inwoners van Nederland. Dit pensioen wordt afgeleid van het netto minimumloon. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) is de uitkerende instantie. Meer informatie over het AOW-pensioen vind je op de website van de SVB

Arbeidsongeschiktheidspensioen    ^
Dit is pensioen dat wordt uitgekeerd als je arbeidsongeschikt raakt. Voor medewerkers is er de Wet werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA). In sommige pensioenregelingen is er een aanvulling op de WIA-uitkering. Dit pensioen eindigt uiterlijk op de pensioenleeftijd.

Aspirant deelnemer  ^ 
Je bent aspirant-deelnemer als je nog niet voldoet aan de voorwaarden om mee te kunnen doen aan de pensioenregeling. Bijvoorbeeld omdat je te jong bent. De toetredingsleeftijd in een pensioenregeling mag hoogstens 21 jaar zijn.

Backservice   ^ 
De pensioenverhoging in een eindloonregeling. Gaat je salaris omhoog, dan gaat ook het pensioen omhoog dat je in het verleden hebt opgebouwd.

Bereikbaar pensioen    ^ 
Het pensioen dat je zou kunnen behalen indien je tot de pensioenleeftijd aan de pensioenregeling zou blijven deelnemen. Het partnerpensioen is bijna altijd afgeleid van het bereikbare pensioen.

Bestuur ^
Het pensioenfonds wordt bestuurd door vertegenwoordigers van werkgever, werknemers en pensioengerechtigden.

Bijsparen ^ 
Deelnemers aan de pensioenregeling van Unigarant 2000 kunnen bijsparen via de individuele bijspaarmodule. Raadpleeg hiervoor het pensioenreglement.

Bijzonder partnerpensioen ^
Pensioen voor je ex-partner als je komt te overlijden.

Conversie ^
Dit is een methode waarbij een of meer pensioensoorten worden omgezet in een andere pensioensoort. Je kunt er bijvoorbeeld mee te maken krijgen bij scheiding. Je kunt bij echtscheiding overeenkomen dat de pensioenen die aan je ex-partner toekomen (deel van het ouderdomspensioen en het bijzonder nabestaandenpensioen) worden omgezet in één eigen pensioen voor je ex-partner.

Deelnemer ^
De werknemer die pensioen opbouwt via de pensioenregeling.

Deelnemersraad ^
Orgaan binnen een pensioenfonds dat het bestuur van het fonds adviseert.

Deelnemingsjaren ^
Voor ieder volledig 'werkjaar' krijg je als deelnemer aan de pensioenregeling een deelnemersjaar toegekend.

Deeltijdpensioen ^
Een vorm van (vervroegde) pensionering, waarbij je voor een gedeelte met pensioen gaat en voor een gedeelte blijft werken.

Deeltijdpercentage ^
Het deeltijdpercentage geeft de verhouding weer van het aantal uren dat je per week werkt ten opzichte van het aantal uren bij een volledig dienstverband. De verhouding wordt uitgedrukt in een percentage. Is het percentage honderd, dan heb je een volledig dienstverband. Werk je minder uren, dan daalt het percentage.

Ex-partner ^
Als ex-partner kun je na het overlijden van je vroegere partner recht hebben op een partnerpensioen.

Extra ouderdomspensioen (ex VUT) ^ 
Op verzoek van de deelnemer zijn de VUT-gelden die per 31 december 2005 collectief waren gereserveerd, op individuele basis toegevoegd aan de pensioen¬voorziening. Dit is conform de gemaakte CAO-afspraken. Hierdoor is er een aanvullend oudedagspensioen verzekerd dat ingaat op 65-jarige leeftijd.

Factor A ^

Een formele naam voor de toename van je pensioen in een kalenderjaar.

Flexibele pensionering ^
Regeling waarbij je als deelnemer zelf de pensioeningangsdatum kunt kiezen. Hier zit wel een grens aan.

Franchise ^
Het deel van je salaris dat niet wordt meegenomen in de berekening van de pensioenuitkering van het pensioenfonds. Het fonds doet dat, omdat je vanuit de overheid een AOW-pensioen krijgt. Het franchisebedrag wordt elk jaar opnieuw vastgesteld en waar nodig aangepast conform het desbetreffende reglement.
In 2017 is de franchise voor deelnemers aan de pensioenregeling van de ANWB € 13.449,-. Voor deelnemers aan de pensioenregeling van Unigarant is de franchise in 2017 € 13.124,-.

Geregistreerd partnerschap ^
Een samenlevingsverband dat bij de burgerlijke stand als zodanig is geregistreerd. Een geregistreerde partner is in de pensioenregelingen gelijkgesteld aan een huwelijkspartner.

Geschillen ^
Als je een klacht hebt over je pensioen, dan kun je bij de klachten- en geschillenregeling lezen welke stappen je kunt ondernemen om dit aanhangig te maken.

Gewezen deelnemer ^
Je bent gewezen deelnemer als je deelname aan de pensioenregeling is gestopt, doordat je niet langer bij het bedrijf werkt. Je houdt recht op wat je hebt opgebouwd, maar je bouwt niet meer op.

Halfwezenuitkering ^
Uitkering aan de ouder of verzorger van een kind dat jonger is dan 18 jaar en dat als gevolg van het overlijden nog maar één ouder heeft.


Hoog/laag constructie ^
Constructie waarbij je kunt kiezen voor een hogere uitkering in de eerste jaren van je pensioen en daarna een lagere uitkering. Een variatie tussen de hoogste en laagste uitkering van maximaal 100:75 is toegestaan. 

Indexering ^
Verhoging van het pensioen naar aanleiding van een prijsstijging of loonontwikkeling. Geldt voor het opgebouwde pensioen van deelnemers in een middelloonregeling, het opgebouwde pensioen van slapers en het ingegane pensioen van gepensioneerden. Dit wordt ook wel toeslag genoemd. Indexering is nagenoeg altijd voorwaardelijk. Dit betekent dat er niet of minder geïndexeerd wordt als er niet voldoende geld is.

Jaarruimte ^
De mogelijkheid om een bedrag dat je stort voor een lijfrenteverzekering, lijfrentespaarrekening of lijfrentebeleggingsrekening af te trekken voor de belasting van je inkomen, omdat je in dat jaar te weinig pensioen hebt opgebouwd.

Middelloonregeling^
In de middelloonregeling wordt je pensioen jaarlijks berekend aan de hand van het salaris in dat jaar. Het pensioen dat je in voorgaande jaren hebt opgebouwd, wordt niet aangepast aan je nieuwe salaris.

Nabestaanden- en wezenpensioen ^
Het pensioen dat na je overlijden wordt uitgekeerd aan je partner en je kinderen. De hoogte van de bedragen voor nabestaanden- en wezenpensioen zijn onder andere afhankelijk van de arbeidsrelatie die je met de ANWB hebt op het moment van overlijden. Ook is de hoogte van de bedragen afhankelijk van de leeftijd van je kinderen. Deze bedragen staan in je pensioenoverzicht vermeld. Op je pensioendatum krijg je de keuze of je wel, geen of een gedeeltelijk nabestaandenpensioen wil. Dit wordt uitruil genoemd.

Omzetting en Uitruil ^
Uitruil is het tegenovergestelde van omzetting. De verplichte omzetting kan ongedaan worden gemaakt door de aanspraak op nabestaandenpensioen op je pensioendatum weer geheel of gedeeltelijk te gebruiken voor een hoger ouderdomspensioen. Deze herschikking dient te worden vastgelegd in een formulier, waarin ook de instemming van de partner wordt vastgelegd. Dit formulier krijg je via het pensioenfonds.

Opbouwpercentage ^
Voor ieder deelnemersjaar krijg je een bedrag aan ouderdomspensioen erbij. Dat bedrag is voor 2017 vastgesteld op 1,875% van je pensioengrondslag. 

Ouderdomspensioen cq Oudedagspensioen ^
Het pensioen dat je van het pensioenfonds ontvangt vanaf je pensioendatum. Je krijgt dit pensioen levenslang uitgekeerd. Het pensioen bestaat uit een aantal elementen, die elk apart in je pensioenoverzicht staan vermeld.

Overbruggingspensioen ^
Reglement B kent een overbruggingspensioen. Dit pensioen wordt vanaf de pensioendatum uitgekeerd naast het ouderdomspensioen. Deelnemers aan reglement B ontvangen dit pensioen totdat  hun 65ste. Het overbruggingspensioen bedraagt 70% van de franchise, vermeerderd met een compensatie voor het werknemersdeel van de sociale premies. Deelnemers bouwen het overbruggingspensioen op tussen hun 49ste en 61ste jaar.

Overgangsregeling ^
Pensioenreglement B en C en Unigarant 2006 kennen een overgangsregeling voor deelnemers die al aan een vorige pensioenregeling deelnamen. Deze regeling is bedoeld om eventueel hogere pensioenaanspraken uit de vorige regeling zoveel mogelijk te compenseren binnen de fiscale regels.
Je vindt de bijbehorende pensioenbedragen in je pensioenoverzicht. Bij regeling C en Unigarant 2006 staan de bedragen onder ‘Voorwaardelijk pensioen’. De werkgever financiert deze aanspraken binnen een bepaalde periode. Meer informatie hierover staat in de betreffende pensioenreglementen. Treed je uit dienst, dan stopt de werkgever met de financiering. Het reeds opgebouwde pensioen in deze regeling blijft van jou.

Partner ^

Degene met wie je getrouwd bent, een geregistreerd partnerschap bent aangegaan of een notarieel samenlevingscontract hebt. In het pensioenreglement staat welke voorwaarden worden gesteld aan het samenlevingscontract.

Pensioendatum ^
De datum waarop volgens de pensioenregeling je ouderdomspensioen ingaat.

Pensioenfonds  ^
Een organisatie die zorgt voor de uitvoering van één of meerdere pensioenregelingen. Pensioenfondsen staan onder toezicht van De Nederlandsche Bank (DNB).

Pensioensalaris ^
Dit is de optelsom van twaalf bruto maandsalarissen (volgens de stand van januari), de vakantietoeslag en een eventuele 13e maand (in het geval van Unigarant). Voor deeltijdwerkers wordt dit omgerekend naar een voltijdsalaris.

Pensioengrondslag ^
Je jaarsalaris min de franchise. Over dit deel bouwt je pensioen op.

Pensioenrichtdatum ^
De dag waarop je de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Als deelnemer aan regeling B of de Unigarant-regeling kun je zelf een andere pensioenleeftijd kiezen. De regelingen zijn echter erop ingericht dat je op de genoemde pensioenrichtleeftijd met pensioen gaat.

Pensioenrichtleeftijd ^
De pensioenreglementen kennen verschillende pensioenrichtleeftijden. Bij het bepalen van het oudedagspensioen is met het volgende rekening gehouden:

Regeling A 65 jaar
Regeling B 61 jaar
Regeling Unigarant 2000 63 jaar
Regeling C en Unigarant 2006 65 jaar
Regeling D en Unigarant 2013 67 jaar

Pensioenverevening ^ 
Bij echtscheiding wordt het ouderdomspensioen verdeeld. Zie hiervoor de pagina met informatie over echtscheiding.

Prepensioen ^
 
Voor deelnemers aan pensioenregeling A die in 1950 zijn geboren, zijn de Vut-aanspraken omgezet in een prepensioen dat ingaat op de eerste dag van de maand waarin de deelnemer 61 jaar wordt. Zie ook Tijdelijk ouderdomspensioen (ex-VUT).

Premievrij ^
Mogelijk betaalt u voor één of meerdere pensioenonderdelen geen premie. Die onderdelen zijn dan premievrij. Dit wordt mogelijk gemaakt door correcties uit een vroegere situatie of een eerder dienstverband bij de ANWB.
Deelnemers die op 1 januari 2006 naar een nieuwe pensioenregeling zijn overgegaan, hebben premievrije aanspraken in de oude regeling staan. Hierop is de pensioenleeftijd uit de oude regeling van toepassing.

Slaper ^
Een niet-actieve, maar nog niet gepensioneerde deelnemer aan een pensioenregeling.

Tijdelijk oudedagspensioen ^
Het pensioenreglement van Unigarant kent een tijdelijk oudedagspensioen. Dit pensioen heeft dezelfde functie als het overbruggingspensioen in reglement B. In artikel 6 van de Unigarant 2000-regeling is meer informatie hierover te vinden.

Tijdelijk ouderdomspensioen (ex VUT) ^
Voor deelnemers die geboren zijn in 1950 en vallen onder pensioenregeling A, is de voormalige VUT-regeling per 31 december 2005 omgezet in een bijzondere eenmalige prepensioenregeling (prepensioen). Dit pensioen gaat in op 61-jarige leeftijd of na 40 dienstjaren.

Toeslag ^
De toeslag die volgens de CAO van toepassing is. Over die toeslag, eventueel herberekend naar deeltijd, ontvang je ook pensioen.

Totaal bereikbaar pensioen ^
Hoe langer je in dienst blijft bij ANWB, hoe meer pensioen je straks ontvangt van het pensioenfonds. Het totaal bereikbaar pensioen is het pensioen dat je al hebt opgebouwd, plus het pensioen dat er nog bij komt als je tot je pensioenrichtdatum blijft werken. Bij de berekening wordt uitgegaan van het salaris en het deeltijdpercentage van het moment.

Uitruil ^
Zie omzetting en uitruil

Verevening ^
Na het beëindigen van een relatie (scheiding), ontstaat voor je ex-partner een wettelijk recht op een deel van het ouderdomspensioen. Afhankelijk van de afspraken die je met je ex-partner hebt gemaakt, kun je dit ouderdomspensioen laten verevenen. In de brochure ‘U gaat scheiden’ lees je meer hierover. Je moet binnen twee jaar na je scheiding het formulier ‘Verdeling van ouderdomspensioen bij scheiding’ invullen. Dit formulier staat op de documentenpagina van deze website. Aan het verevenen van pensioen zijn kosten verbonden.

Waardeoverdracht ^
Het pensioen meenemen dat je bij je vorige werkgever hebt opgebouwd naar je nieuwe pensioenuitvoerder.

Wezenpensioen ^
Het pensioen dat na je overlijden wordt uitgekeerd aan je kinderen tot de leeftijd van 18 jaar. Als zij studeren of arbeidsongeschikt zijn, wordt dit uitgekeerd tot 27 jaar. Zie ook Nabestaandenpensioen.

Deze website gebruikt cookies om te kunnen functioneren en het gebruik te analyseren teneinde het gebruiksgemak te verbeteren.Akkoord